Algemeen

Stedelijk Museum gaat met de lift

ALMELO - De pui van het toekomstig Stedelijk Museum Almelo (SMA) vormt al enige tijd een echte ‘blikvanger’, maar gebeurt daarachter nog wat, vraagt menig passant zich af. Nee dus, achter die pui gebeurt nog steeds niets. Maar achter de schermen wordt al geruime tijd intensief gewerkt. Dat heeft ertoe geleid dat in maart een aangepast plan in de gemeenteraad aan de orde is gekomen en dat later dit jaar een definitief besluit zal worden genomen. Na een akkoord is eerst een nieuwe aanbesteding noodzakelijk voor aan de slag kan worden gegaan. Als alles dan naar wens verloopt moet het museum in 2027 haar deuren voor het publiek kunnen openen. 

De gemeente Almelo heeft het voormalige pand Hofkes aan de Grotestraat aangekocht en het bestuur van het SMA heeft naderhand overeenstemming met de gemeente bereikt over verhuizing van het museum van de Prinsenstraat naar de Grotestraat waar er veel meer ruimte beschikbaar komt. Vier keer zoveel. Veel materialen die nu noodgedwongen in depot opgeslagen liggen, kunnen daar wel geëxposeerd worden.

De stuurgroep van dit project zal van een nieuw totaalconcept uitgaan, dat een museum oplevert met een hoog WOW! - gehalte en waar alle schakeringen van Almelo elkaar kunnen ontmoeten bij tal van workshops, evenementen en op de met name op de middelbare schooljeugd afgestemde cultuureducatie projecten.

Het pand moet daarvoor grondig aangepast worden om aan museale eisen te kunnen voldoen. Een Amsterdams bureau heeft daarvoor een eerste plan ingediend. Intussen heeft de gemeente besloten een iets andere koers te varen.

“De gemeente wil zowel de voorgevel als de achtergevel aanpakken, maar ook binnen moet er veel gebeuren. Met name schoenhandel Niers heeft destijds nogal wat aanpassingen gedaan om van het voormalige woonhuis een winkelpand te maken”, legt Frans de Graaff uit. Hij is als vrijwilliger al een jaar of tien actief voor het museum. Een ‘manusje van alles’ die de ene keer wordt ingezet als suppoost, de andere keer zich bezig houdt met het collectiebeheer en als het nodig is een andere keer de media te woord staat. Kortom, een vrijwilliger waar steeds meer verenigingen en organisaties van tekort komen. Ook het Stedelijk Museum.

“Wij zijn de afgelopen tijd wat vrijwilligers kwijtgeraakt en zouden er graag wat bij hebben. Ze hoeven niets speciaals te kunnen, want er zijn altijd klusjes te doen. Maar als er een paar lampen aan kunnen leggen of een monitor kunnen aansluiten, zijn ze altijd welkom. En niet vergeten: het is best gezellig en je kunt je nog nuttig maken.”  

Op de nieuwe zichtlocatie verwacht De Graaff veel meer aandacht voor het museum (en publiek) en dat is nodig ook, want de gemeente heeft de steun aan het museum in twee jaar tijd afgebouwd van € 79.000 per jaar naar € 29.000. “Dat betekent dat het museum zelf de broek meer moet ophouden door meer bezoekers te trekken. Wij hopen bijvoorbeeld meer Almeloërs te trekken, want tot nu toe zijn het vooral bezoekers van buiten Almelo die het museum bezoeken.”

Regeren is vooruitzien en daarom is het bestuur nu al met initiatieven gaande om de inkomsten op peil te brengen, onder andere door het instellen van  een club van 100 en een club van 500. Donateurs die zich garant stellen voor een jaarlijkse donatie van genoemde bedragen.

Over het algemeen worden musea vooral door senioren bezocht. “In de Grotestraat beschikken wij over twee verdiepingen maar er komt een lift voor bezoekers die moeite hebben met traplopen. Dat is vooral fijn, omdat zich op de eerste verdieping de beroemde grisailles (wandschilderingen) bevinden. Die moeten ook gerestaureerd worden. Dat staat los van de verbouwing en gaat jaren duren. Er wordt bekeken of het mogelijk is om net als bij De Nachtwacht, bezoekers getuige te kunnen laten zijn van die restauratie.”  

De Graaff geeft aan dat de opzet van het museum ook wordt aangepast. Er zal vaker volgens een thema worden gewerkt, bijvoorbeeld een expositie over de Wereldoorlog of Groene Longen. “En wat vooral belangrijk is dat is dat meer Almelo gerelateerd wordt ingericht. Een expositie over bijvoorbeeld strijkijzers kan interessant zijn, maar heeft niets met Almelo te maken. Daar wordt in de toekomst meer rekening mee gehouden. Misschien dat dan ook meer Almeloërs het museum weten te vinden. Door de beschikbaarheid van een lift kunnen bezoekers die moeite met de trap hebben straks ook van al dat fraais genieten.”

Peter van der Molen  


Uw reactie